De oorsprong van de Doopsgezinden

Niet lang nadat Luther in 1517 zijn beroemde proteststellingen had opgesteld in Wittenberg en zo tegen zijn bedoeling in een begin had gemaakt met protestantse kerken, los van een pauselijk gezag, begon in Zurich, Zwitserland, de hervormer Zwingli iets soortgelijks. Maar in de ogen van sommige van zijn medestanders ging hij niet ver genoeg. De stedelijke overheid bleef het recht houden predikanten te benoemen, en in strijd met wat ze in de bijbel lazen (voor het eerst een boek toegankelijk voor iedereen!) bleef Zwingli voorstander van kinderdoop en gebruik van geweld, ook in kerkelijke kwesties.

De medestanders maakten zich los van Zwingli, vormden een eigen groep (bondgenoten noemden ze zich), lazen zelfstandig de Bijbel met elkaar en doopten elkaar zonder dat daar een priester of wie ook bij te pas kwam. Dat kwam hun duur te staan. Ze werden vervolgd en uit elkaar geslagen. Enkele vluchtten naar Duitsland. Via Zuid-Duitsland en de Pfalz kwamen zo de doopsgezinde ideeën naar Emden in Noord-Duitsland, en zo ook in ons land.  

Rond 1530 ontstaan hier de eerste illegale doopsgezinde groepjes in een tijd van heftige sociale onrust. Die onrust bracht sommige op de gedachte dat ze God moesten helpen zijn Rijk van vrede te verhaasten. Zo kon het gebeuren dat in Munster een nieuw Jeruzalem werd opgericht in 1534-1535. Die poging kon niet standhou­den en eindigde in een tragisch fiasco waarbij de leiders werden terechtge­steld. Nog eeuwen later bleven Doopsgezinden onder verdenking staan radicale dwepers te zijn, ook al was hun weg in de geschiedenis veel meer een van "Stille in den lande" geworden: rustige groepjes mensen die niet aan de weg timmerden.

Vlak na dat fiasco van Munster besloot Menno (Doopsgezinden worden ook wel Mennisten of Mennonieten genoemd) Simonsz, toen nog een bekende pastoor in Witmarsum, Friesland, zich bij de Doopsgezinden te voegen. Ook hij was begonnen de Bijbel te lezen en ontdekte veel, dat daarin niet overeenkwam met de leer en de praktijk van de moederkerk in die dagen. Zo ruilde hij een comfortabele positie in voor een onzeker bestaan. Op zijn hoofd kwam een prijs te staan en tot zijn door in 1561 moest hij regelmatig onderdui­ken en in Noord-Duitsland asiel zoeken bij welgezinde landheren.

Menno Simonsz is degene geweest, die enerzijds kans zag om bijbelse denkbeelden van de Dopers theologisch te verwoorden tegenover anderen, in discussie, disputen en geschriften. Anderzijds was hij onvermoeibaar in zijn ijver om de jonge, onervaren gemeentes bij elkaar te brengen. Mede door zijn leiding kwam er helderheid in de gedachten, welke de Dopers voorstonden:

*          alleen doop van gelovige mensen (als teken van een werkelijke keuze);afwijzen van alle vormen van geweld, omdat die niet stroken met de woorden van Christus zelf in de bergrede (Mattheus 5 tot 7) die als een
soort grondregel voor de christelijke gemeente zou mogen gelden;

*          afwijzen van de eed (al je daden en woorden moeten immers betrouwbaar zijn en niet alleen als een rechter met sanctie dreigt);

*         bereidheid om zodanig te lijden voor het geloof en Christus met je levenswijze na te volgen.

Dat alles was alleen mogelijk binnen gemotiveerde gemeenschappen.

De Amish

Bart Township (Verenigde Staten), een uur rijden van Philadelphia, is een gemeente van zo'n 3000 mensen, voornamelijk bevolkt door Old Order Amish. Zij zijn vrijwel allemaal zuivelboeren of ambachtelijke werkslieden. De Old Amish-gemeenschap is zo'n 18.000 mensen groot. Ze zijn een afscheiding van de Mennonieten, die afstammen van de 16e eeuwse Nederlandse priester Menno Simons. De Mennonieten waren weer een deel van de anabaptisten (wederdopers). Zij werden afgewezen door zowel katholieken als protestanten, en hielden diensten in huizen in plaats van kerken. Ze vestigden zich in Duitsland en Zwitserland, voordat velen naar de Verenigde Staten kwamen. Vandaar dat zij nog steeds "Pennsylvania Dutch" spreken, een dialect van het Duits, niet het Nederlands. Kinderen gaan alleen naar de lagere school, van middelbaar onderwijs zijn zij vrijgesteld door het Hooggerechtshof.