De
oorsprong van de Doopsgezinden
De
medestanders maakten zich los van Zwingli, vormden een eigen groep (bondgenoten
noemden ze zich), lazen zelfstandig de Bijbel met elkaar en doopten elkaar
zonder dat daar een priester of wie ook bij te pas kwam. Dat kwam hun duur te
staan. Ze werden vervolgd en uit elkaar geslagen. Enkele vluchtten naar
Duitsland. Via Zuid-Duitsland en de Pfalz kwamen zo de doopsgezinde ideeën naar
Emden in Noord-Duitsland, en zo ook in ons land.
Rond
1530 ontstaan hier de eerste illegale doopsgezinde groepjes in een tijd van
heftige sociale onrust. Die onrust bracht sommige op de gedachte dat ze God
moesten helpen zijn Rijk van vrede te verhaasten. Zo kon het gebeuren dat in
Munster een nieuw Jeruzalem werd opgericht in 1534-1535. Die poging kon niet
standhouden en eindigde in een tragisch fiasco waarbij de leiders werden
terechtgesteld. Nog eeuwen later bleven Doopsgezinden onder verdenking staan
radicale dwepers te zijn, ook al was hun weg in de geschiedenis veel meer een
van "Stille in den lande" geworden: rustige groepjes mensen die niet
aan de weg timmerden.
Vlak
na dat fiasco van Munster besloot Menno (Doopsgezinden worden ook wel Mennisten
of Mennonieten genoemd) Simonsz, toen nog een bekende pastoor in Witmarsum,
Friesland, zich bij de Doopsgezinden te voegen. Ook hij was begonnen de Bijbel
te lezen en ontdekte veel, dat daarin niet overeenkwam met de leer en de
praktijk van de moederkerk in die dagen. Zo ruilde hij een comfortabele positie
in voor een onzeker bestaan. Op zijn hoofd kwam een prijs te staan en tot zijn
door in 1561 moest hij regelmatig onderduiken en in Noord-Duitsland asiel
zoeken bij welgezinde landheren.
Menno
Simonsz is degene geweest, die enerzijds kans zag om bijbelse denkbeelden van de
Dopers theologisch te verwoorden tegenover anderen, in discussie, disputen en
geschriften. Anderzijds was hij onvermoeibaar in zijn ijver om de jonge,
onervaren gemeentes bij elkaar te brengen. Mede door zijn leiding kwam er
helderheid in de gedachten, welke de Dopers voorstonden:
*
alleen doop van gelovige mensen (als teken van een werkelijke keuze);afwijzen
van alle vormen van geweld, omdat die niet stroken met de woorden van Christus
zelf in de bergrede (Mattheus 5 tot 7) die als een
soort grondregel voor de christelijke gemeente zou mogen gelden;
*
afwijzen van de eed (al je daden en woorden moeten immers betrouwbaar
zijn en niet alleen als een rechter met sanctie dreigt);
*
bereidheid om zodanig te lijden
voor het geloof en Christus met je levenswijze na te volgen.
Dat alles was alleen mogelijk binnen gemotiveerde gemeenschappen.
De Amish
Bart Township (Verenigde Staten), een uur rijden van Philadelphia, is een gemeente van zo'n 3000 mensen, voornamelijk bevolkt door Old Order Amish. Zij zijn vrijwel allemaal zuivelboeren of ambachtelijke werkslieden. De Old Amish-gemeenschap is zo'n 18.000 mensen groot. Ze zijn een afscheiding van de Mennonieten, die afstammen van de 16e eeuwse Nederlandse priester Menno Simons. De Mennonieten waren weer een deel van de anabaptisten (wederdopers). Zij werden afgewezen door zowel katholieken als protestanten, en hielden diensten in huizen in plaats van kerken. Ze vestigden zich in Duitsland en Zwitserland, voordat velen naar de Verenigde Staten kwamen. Vandaar dat zij nog steeds "Pennsylvania Dutch" spreken, een dialect van het Duits, niet het Nederlands. Kinderen gaan alleen naar de lagere school, van middelbaar onderwijs zijn zij vrijgesteld door het Hooggerechtshof.