Kalenders
door de eeuwen heen.......
Kalenders kunnen gebaseerd zijn op de zon, op de maan of op een combinatie van beide (lunisolar). Aangezien de perioden van de zon en de maan niet met dezelfde maat kunnen worden gemeten, zijn de lunisolaire en maan-kalenders die proberen in de pas te lopen met de jaargetijden, ingewikkeld en lastig in het gebruik. Hoewel in het dagelijks leven daarom vaak de voorkeur wordt gegeven aan zonnekalenders, houden religieuze organisaties zich vaak aan de maankalender. De Babylonische kalender van het 3e millennium v. Chr en later was een pure maankalender. Elke maand begon met de avond waarop de sikkel van de nieuwe maan vlak na zonsondergang zichtbaar werd.
Het
jaar begon in de periode van de lente-evening en extra tijd werd ingevoegd als
de koning een zodanig 'tekort' in het jaar bemerkte, dat Nisan meer dan een
maand voor de evening zou komen. Voor de 3de dynastie van Ur (2300‑2150
v.Chr) had elke grote stad van Soemerië haar eigen kalender, maar tijdens de
3de dynastie werd de kalender van Nippoer als officiële ingevoerd. Sindsdien
hadden de namen van de maanden betrekking op activiteiten die in dat jaargetijde
plaatsvonden.
In
het begin van het 3de millennium v.Chr werd een schematische maankalender
ingevoerd voor het gebruik in het dagelijks
leven. Deze was samengesteld uit 365 dagen die samen drie seizoenen vormden van
4 maanden van 3 weken van 10 dagen plus aan het eind van elk jaar 5 extra 'epagomenale'
(toegevoegde) dagen om aan de 365 te komen. Deze kalender was onveranderlijk en
daarom zeer geschikt voor het dagelijks leven. De oude maan-kalender bleef het
godsdienstige leven bepalen, maar liep als gauw sterk uit de pas met de
wereldlijke kalender.
Omstreeks
2500 v. Chr. werd er een regeling ingevoerd om dagen tussen te voegen die de
maankalenders afhankelijk maakte van de wereldlijke. De nationale Egyptische
wereldlijke kalender is van groot historisch belang. Hij heeft de kalenders van
Perzië in de tijd van de Sassaniden, Armenië, Cappadocië, Hellenistiche
Griekenland, Rome en van de Franse revolutie beïnvloed. Bovendien was hij de
standaard astronomische referentiekalender tot de tijd van Copernicus.
De
oude Griekse kalender had normaal een lengte van 354 dagen. Vanwege 11 1/4 dag
die nodig waren om met het zonnejaar gelijk te lopen, werden elke 8 jaar 90
dagen toegevoegd (8*11 1/4). Deze 90 dagen werden opgesplitst in 3 maanden van
30 dagen. De cyclus van acht jaar heette octaeris. Na ongeveer 432 v.C. werd de
Griekse kalender gebaseerd op de metonische cyclus, daarna op de callippictische
cyclus. De Grieken telden naar het vieren van de Olympische Spelen, in cycli van
4 jaren. sinds 776 v. Chr.
De
oude Romeinse kalender bestond waarschijnlijk uit tien maanden met totaal 304
dagen, beginnend met Martius en eindigend met December. 5 maanden hadden 31
dagen, 4 maanden 30 en 1 maand van 29 dagen. Het jaar begon op 1 maart.
De
grondslag van ons kalendersysteem werd gelegd met de Juliaanse kalender. In 46
v.C toen Julius Ceasar Pontifex Maximus
werd, was de kalender ontregeld ten aanzien van de natuur. Julius Ceasar bracht
de Griekse astronoom Sosigines met, die met behulp van Marcus Fabius de grote
kalender hervorming voltooiden. Volgens sommigen werd het jaar 708 van Rome(45 v
Chr.) de wijzigingen doorgevoerd. Dit jaar telde 445 dagen. Het
1.
De equinox viel weer in maart. Na februari werd een tussenmaand ingelast
van 23 dagen ingelast. Tussen november en december van 46 v. C. werden twee
maanden van 34 en 33 dagen ingevoegd. Daardoor werd dit het laatste jaar van de
grote verwarring en telde 445 dagen.
3.
De lengte van het jaar werd vastgesteld op 365.25dagen
4.
Om de verschillen van deze
breuk weg te werken werd elk vier jaar een schrikkeldag ingevoerd in februari.
5.
de vijfde maan werd van quintilius naar Julius.
6.
De dagen werden gelijk over de maanden verdeeld. 30 dagen in de even
maanden en
7.
Het werd ingevoerd op 1 januari 45 v C.
Caius
Julius Ceasar werd te Rome geboren
de 4 ide van maand quintil (=12 juli 654 Romeinse jaartelling). En ter ere
daarvan gaf Marcus Antonius de naam
Juli aan de geboortemaand van Julius Ceasar. De pontiffs na Ceasar dood hebben
het idee van de schrikkeljaren verkeerd geïnterpreteerd, want ze hielden elk
derde jaar een schrikkeljaar ipv elk vierde jaar en dat gedurende 36 jaar.
Het
systeem werd licht veranderd door Augustus. Die vernoemde Sextilis naar
zichzelf. Hij weigerde echter een kortere maand te hebben dan Julius en
verlengde de maand tot 31 dagen en verkorte februari naar 28 dagen en
De
Gregoriaanse kalender werd ongeveer 1600 jaar later ontworpen omdat de fout in
de Juliaanse kalender ( 1 1/2 dag in 200 jaar) in 1592 was opgelopen tot 10
dagen. Ze werd veroorzaakt doordat Sosigenes een jaar van
precies 365,25 had aangenomen in plaats van 365,2422 dagen, een afwijking
van ca 11 minuten per jaar. Paus Gregorius
besloot
hier iets aan te doen, om te voorkomen dat toekomstige generaties Pasen, een
veranderlijk feestdag, even na kerstmis, die een vaste datum heeft, zouden
vieren. Op 4 oktober 1582 maakte hij bekend dat de volgende dag 15 oktober zou
zijn, zodat 21 maart 1583 precies zou samenvallen met het begin van de lente.
Voorts stelde hij de regel in dat ieder eeuwjaar geen schrikkeljaar zou zijn
behalve wanneer die deelbaar zijn door 400, waardoor de fout van 11 minuten per
jaar vrijwel geheel werd weggewerkt.
In
400 zitten dus 400*365+97dg=146097 dagen. Dat geeft een lengte van een jaar van
365.2425 of te wel een afwijking van 0.0003 dagen = 0.072 uur= 4.32 min in 400
jr.
De
Gregoriaanse kalender verfijnde slechts dit systeem en is het wijdst verbreide
in de wereld. De Gregoriaanse kalender werd in 1582 tegelijkertijd ingesteld in
Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal en Luxemburg. In Frankrijk werd in de nacht
van 9 december 1582 overgegaan naar de Gregoriaanse kalender. Er volgde dus 20
december.
Binnen
twee jaar hadden het merendeel van de katholieke Duitse staatjes, België en
delen van Zwitserland en de republiek der Nederlanden hem geadopteerd, terwijl
Hongarije volgde in 1587.
De
rest der Nederlanden, Denemarken en de protestant Duitse staatjes namen het
systeem niet eerder aan dan 1699‑1700, waarbij ze tot 1776 de oude methode
volgde om Pasen te bepalen. In 1752 stelde de Engelse regering de kalender in
voor het Britse rijk. De Engelsen bepaalden dat de dag die op 2 september 1752
volgde 14 september was, zodat een verlies van 11 dagen ontstond. Alle data die
hieraan voorafgingen werden voorzien van de afkorting O.S Old Style. Bovendien
werd het nieuwjaar verplaatst van 25 maart naar 1 januari (24 maart
In
Engeland begon het jaar op 25 december, totdat William van Normandy, na zijn
overwinning op Engeland het bevel gaf op het jaar op 1 januari te laten
beginnen, voornamelijk om dat het de dag van zijn kroning was. Later aanvaardde
Engeland 25 maart, de dag die samenviel met de dag waarop de Christenen van de
middeleeuwen het jaar lieten beginnen. Later bij edict van Constantine werd
Pasen het begin van het jaar. En dat werd als Nieuwjaarsdag beschouwd tot
Charles IV er weer 1 Januari van maakte. Degene, die
tegen de beëindiging van de week van festiviteiten, die ze gewoonlijk
vierden tussen 25 maart en 1 april, waren, kregen onechte, spottende kado's of
brachten schijnbare bezoeken op 1 april, hetgeen tot de 1april viering heeft
geleid.
In
de 19de eeuw drong de Gregoriaanse kalender door buiten Europa; eerst de koloniën;
1873 Japan, 1875 Egypte, 1912 China, 1917 Turkije en 1918 Rusland. Rusland was
het laatste land in Europa dat ertoe overging na de revolutie van 1917. Het te
verrekenen verschil bedroeg toen reeds 13 dagen; vandaar dat de oktoberrevolutie
in november wordt gevierd.
Deze
begint 660 v Chr. het jaar waarin de eerste Mikado Sinmu begon te regeren.
Deze
begon op 22 september 1792 de stichting van de Franse republiek en duurde tot 31
december 1805.
Dit
is een universele en algemene cyclus gebruikt in chronologieën en is bedacht
door de Fransman Joseph Justus
Het
nulpunt van de Juliaanse periode is 1‑1‑4713 v.C. 12 uur wereldtijd
= 13 uur MET.
JD0=31‑12‑1899
0h (1 jan 1900 6 uur G.C.T.= Jan
1d.25 # 31‑12‑1899 18 h G.C.T= jan 0d.75)
Dit
is een cyclus geïntroduceerd door Constantine I , de eerste christelijke
Romeinse keizer in verband met commerciële zaken en belastingheffing. De cyclus
begon 1 januari 313 n.C. De regel om de huidige indictie te vinden is voeg drie
toe aan de datum en deel door 15. De rest is het getal. Voor 1962 is de Romeinse
indictie 15.
De
zondagsletter geeft aan geeft aan wat de eerste dag van het jaar is. Hiermee kan
een jaarkalender worden opgesteld Als 1 jan valt op dan de zondagsletter:
zondag
A
maandag
G
dinsdag
F
woensdag
E
donderdag
D
vrijdag
C
Zaterdag
B
Of
de letter geeft aan op welke dag de eerste zondag van het nieuwe jaar valt;
A=1
B=2
C=3
D=4
E=5
F=6
G=7 januari
Deze
cyclus geeft een verband aan tussen de maankalender en de zonnekalender. Het is
de basis geweest van de Griekse, Joodse en enkele andere kalenders.
Deze
cyclus van 19 jaar van 12 maanden heeft 7 tussengevoegde maanden en is vernoemd
naar de Griekse astronoom die het zelfstandig ontdekte, alhoewel men denkt dat
de Chinezen al in 2260 v.C. kenden. Meton ontdekte dat 19 zonnejaren precies 235
lunaties is. Hij gebruikte het zonnejaar van 365 1/4 dag en kwam op 6.939 dagen
18 uur en 235 lunaties was gelijk aan 6939dagen 16 uur en 31 min. Hij moest dus
7 maanden tussenvoegen want 19*12=228 maanden.
Sommige
autoriteiten voegden de maanden in het 3de, 6de, 8ste, 11de, 14de en 19 jaar van
de cyclus. In overeenstemming methet voorgaande, bevatten de jaren anders dan de
genoemde 12 maanden van 29 dagen in afwisseling met 30 dagen, terwijl de 7
genoemde jaren 13 maanden van dezelfde lengte hadden met de tussen-maand
gedurende zes jaar van 30 dagen en gedurende 7 jaar van 29 dagen. De metonisch
cyclus begon in het jaar 432 v.C. De maanfasen vallen op dezelfde dag binnen een
paar uur. Als de nieuwe maan data voor een cyclus genoteerd worden, zijn ze voor
de volgende cyclus bekend.
Callippus,
een andere Griekse astronoom verbeterde in 330 v.C. de metonische cyclus door
een cyclus van 76 (4*19). De Callippic cyclus bevat 19 schrikkeljaren, terwijl
de metonische een wisselend aantal schrikkeljaren bevatte.
De
jaren van de Metonische cyclus droegen een nummer van 1 tot 19. Dit nummer gaf
dus een deel aan van de cyclus. Het heette Gouden nummer omdat in de klassieke
tijd de maanfase in goud werd aangebracht op publieke monumenten. In de huidige
tijd dient het slechts om de positie in de cyclus aan te geven en als hulpmiddel
om Pasen te berekenen. De Griekse filosoof Thales (632‑546 v Chr.) kende
de oorsprong al van de maanfasen. Vlak daarna, in 433 v. Chr. ontdekte de Griek
Heton een cyclus van 19 jaar . Elke 19 jaar komen de maanfasen op dezelfde datum
voor. In die 19 jaar is er 235 keer nieuwe Maan. Deze grote ontdekking werd in
steen gegraveerd met gouden letters, vandaar het Gouden Nummer
De
Zonnecyclus.
Deze
cyclus is ontworpen om de relatie tussen de dagen van de week en de dagen van de
maand aan te geven. Als er geen schrikkeljaren zouden zijn zou de zonnecyclus
een regelmatig verband aangeven.Het is het rangnummer in de 28 jarige
zonnecyclus; wordt gebruikt voor het vinden van de dag van de week (volgens de
Juliaanse kalender).
Epakta,
de ouderdom van de maan minus een dag, op 1 januari volgens de Gregoriaanse
kerkelijke kalender; wordt gebruikt voor de berekening van de paasdatum.
De
Duitse Astronoom Bessel kwam met een begin van het jaar als de Zon precies op
280° stond. Dit komt voor 1931 overeen met 1931, jan 1d.333 (civil time at
Greenwich) of te wel 1 januari 1931, 7h 43m 68 GCT. Het begin van het volgende
Besselse jaar wordt gevonden door 365.242 er
bij te tellen. In 1932 begon het Besselse jaar dus op 1 januari 1932 1d.564 GCT.
Het is een algemeen gebruik om het begin van een Bessels jaar aan te duiden met
1931‑0, 1932‑0 etc. Het jaar wordt op deze manier gedefinieerd voor
het berekenen en waarnemen van hemel-lichamen.
In
639 n.Chr beval de kalief Oemar dat voor moslims de jaartelling zou beginnen op
de dag van Mohammed's verhuizing (Hijara) van Mekka naar Medina (16 juli 622 n/.Chr.).
De aldus in het nieuwe Hijara tijdperk (A.H) berekende jaren waren maanjaren,
bestaande uit 12 maan‑maanden, wat neerkomt op een jaar van ongeveer 354
1/3 dag.
De
egyptenaren verdeelden het jaar in 12 maanden van 30 dagen met 5 extra dagen
elke twaalfde maand. Omdat het geen rekening hield met de kwart dag, liep het
ook door de jaren terug in 1460 jaar. Dus 1461 Egyptische jaren komen overeen
met 1460 Juliaanse jaren. De Egyptische kalender is heel vaag omdat de
verschillende seizoenen in verschillende maanden vielen. De telling begon 747 v.
Chr.
De
Hindu Kalender in India is een van de eerste lunisolaire kalenders. Het jaar is
verdeeld in twaalf maanden: Baisakh, Jeth, Asarh, Sarawan, Bhadon, Asin of Kuar,
Kartik, Agham, Pus, Magh, Phalgun en Chait. Er wordt een maand tussengevoegd met
dezelfde naam als er twee nieuwe manen vallen binnen een maand, hetgeen ongeveer
elke drie jaar gebeurd. Het jaar begint ongeveer 11 april.
Ook
dit is een lunisolaire kalender, waarbij het jaar begint met de eerste nieuwe
maand, nadat de Zon in het teken Waterman is binnengegaan. Het bestaat uit 12
maanden, met een tussenmaand elke 30 maanden. Elke maand is in drie delen
verdeeld. Het stamt van 2697 v Chr. Het Gregoriaanse equivalent voor 4647 is
1950 n.Chr.
De
Joodse kalender, heeft als beginpunt 7 oktober 3761 v.Chr (volgens de Juliaanse
kalender) als zijnde volgens Joods‑Orthodoxe opvattingen het tijdstip van
de schepping. De kalender is zowel maan‑ als zongebonden en bestaat uit
een jaar van 12 of 13 maanden van 29 of 30 dagen.
Rond
Pasen is de gehele kerkelijke kalender gebouwd. De lentevasten begint 40 dagen
voor Pasen. Palmzondag is de zondag voor Pasen. 40 dagen na pasen komt
Hemelvaartsdag en 10 dagen later pinkstermaandag. Het feest van de Heilige
Drieeenheid komt op de eerste zondag na Pinksteren en
Corpus Christi is de donderdag daarna. Een tweede oude cyclus begint met
de advent, heeft zijn hoogtepunt in Kerstmis en Driekoningen en eindigt tussen
18
Volgens
het concilie van Nicea in 325:
1.
Pasen valt op Zondag.
2.
Deze zondag volgt op de 14 dag na de Paschal maan
3.
De Paschal maan is de volle maan waarvan
de lunation 14 daarna valt op of het dichtst na de dag van de Vernal Equinox.
4.
De Vernal Equinox is vastgesteld als 21 maart. Er werd in voorzien dat
als de 14 dag na de Paschal maan op zondag viel, de volgende
zondag moest worden gebruikt, teneinde het samenvallen
van de Joodse Passover te vermijden.
De Prime Meridian Conference vond plaats te Washington in 1884. De aldaar vastgestelde tijdzones zijn daarna in verschillende landen en gebieden op verschillende tijdstippen ingevoerd. Om enige aanknopingspunten te hebben, volgt hier een lijstje van de jaren waarin in Europa de zonetijden werden ingevoerd:
| GMT of MGT | MET | OET | |||
| 1880 | Engeland | 1890 | Oostenrijk | 1891 |
Roemenië |
| 1891 | Schotland | 1891 | Hongarije | 1893 |
Bulgarije |
| 1892 | België | 1892 | Servië | 1910 |
Turkije |
| 1901 | Spanje | 1901 | Tsjechoslowakije | 1919 |
Polen |
| 1911 | Frankrijk | 1893 |
Duitsland
|
||
| 1912 | Portugal | 1912 |
Italië |
||
| 1894 |
Denemarken |
||||
| 1894 |
Zwitserland |
||||
| 1895 |
Noorwegen |
||||
| 1895 |
Zweden |
||||
*
Voor 1884 kan in het algemeen gesteld worden dat tijdsmomenten opgegeven
werden in de Plaatselijke Tijd (MPT), meestal van de desbetreffende hoofdstad.
Op
de internationale conferentie in Washington, 1 oktober 1884, werd de Greenwich
meridiaan benoemt als de nulmeridiaan. Uitzonderingen op de tijdregelingen van
de Pr. Mer.Conference. Een aantal landen (gebieden) heeft zich indertijd niet
gehouden aan de vastgestelde zonetijden, welke steeds hele uren verschillen met
de MGT. Het betrof naast bijv. Venezuela en Nederland met zijn toenmalige koloniën
in Oost en West, hoofdzakelijk landen en eilandengroepen met sterke economische
en scheepvaartbelangen.
Meestal
werd in zulke gevallen de MPT de hoofdstad als standaardtijd gebruikt. Wie voor
dergelijke gevallen de juiste tijdsoort nodig heeft, wordt verwezen naar de
Nautical Almanac van het desbetreffende jaar of naar de alfabetische tijd in
deze bijlage. Men vindt dan verschillen met de MGT, die afwijken van hele uren.
De
Nautical Almanac verschijnt jaarlijks voor het volgend jaar, en de erin vermelde
tijdregelingen zijn altijd bijgewerkt
tot 2 jaar voor het jaar van geldigheid; bijv de Nautical voor 72 (reeds
verschenen in 71) zijn de tijdregelingen bijgewerkt tot 70. De Nautical geeft
geen exacte opgaven van eventueel gebruikte zomertijden. De
Nautical Almanacs zijn o.a. aanwezig in de vrij toegangelijke bibliotheek
van de Sterrewacht in Utrecht en kunnen daar worden ingezien.
Overige
informatiebronnen zijn :
De
Time‑Calculator in de ABC‑Worlds Airway Guide, Londen
en Het World Radio/Tv handbook door O.Lund Johansen Ltd, Hellerup
Denemarken, het eerste maandelijks verschijnend, het laatste jaarlijks.
Overzicht
Nederlandse tijdmaten. Voor en tot omstreeks 1846 werd in Nederland toegepast de
Ware Zonnetijd, anders genaamd de Ware Plaatselijke Tijd. Toen werd er van
regeringswege aangedrongen op het gebruik van de Middelbare Zonnetijd, nader
gespecificieerd als Middelbaar Plaatselijke Tijd (MPT). Voor het omzetten van
WPT in MPT dien de volgende formule: WPT=MPT‑E (=tijdsvereffening).
| De gemiddelde waarde van E in een jaar: | ||||
| Maand | datum | E | datum | E |
| Januari | 1 | + 03 min | 15 | + 09 min |
| Februari | 1 | + 14 min | 15 | + 14 min |
| Maart | 1 | + 13 min | 15 | + 09 min |
| April | 1 | + 04 min | 15 | 00 min |
| Mei | 1 | + 03 min | 15 | + 04 min |
| Juni | 1 | + 02 min | 15 | 00 min |
| Juli | 1 | + 03 min | 15 | + 06 min |
| Augustus | 1 | + 06 min | 15 | + 04 min |
| September | 1 | 00 min | 15 | - 05 min |
| Oktober | 1 | - 10 min | 15 | - 14 min |
| November | 1 | - 16 min | 15 | - 15 min |
| December | 1 | - 11 min | 15 | - 05 min |
| December | 24 | 00 min | ||
Zomertijdregeling:
Als
de zomertijd ingaat om 2.00 dan wordt de klok gezet op 3.00. Als de zomertijd
eindigt om 3.00 dan wordt de klok teruggezet op 2.00. In 1916 was er geen
regeling. In 1917 moest in ambtelijke stukken vermeld worden
"Zomertijd". Tijdens de Duitse bezetting werd het eerste uur
aangegeven door
De
kalenders die sinds de oertijden gebruikt zijn, zijn in volgorde:
De
kalender NUMA
De
Juliaanse kalender
De
Gregoriaanse kalender
De
Republikeinse kalender
De
Gregoriaanse kalender
Door
de dagen te tellen. De teller is de zon, die elke dag opkomt en weer ondergaat.
De menhirs, een obelisk, die de
De
datering per jaar verschijnt bij de eerste monumenten van de Koning Hittites,
3315 v Chr. De tekst op de piramide wijst op een periode van 360 dagen verdeelt
in 12 maanden van 30 dagen. De maanden van de Egyptenaren kwamen niet overeen
met de natuurlijke seizoenen, noch met de overstromingen van de Nijl.
1e
seizoen:
Akhet: juli
tot october
2e
seizoen:
Pert:
november tot februari
3e
seizoen:
Shemou: maart tot
Juni
Teneinde
naar het werkelijk zonnejaar te komen, telden de Egyptenaren 5 dagen aan het
maanjaar toe. De eerste dag van het jaar kwam overeen met de de heliakale
opkomst van Sothis (de ster Sirius) en het begin van wassen van de Nijl.
Grieken:
sinds de eerste Olympiade 776 jaar v. CHr.
Rome:
het stichten van de Stad door Romulus
Katholieken:
de geboorte van Christus (het christentijdperk is begonnen met het jaar
1, er is geen jaar 0)