OUDE
MATEN
(Overgenomen
uit: Het Bolswarder Nieuwsblad van sept. 1992)
De inhoud van dat anker is ook gelijk aan 16 STOOP.
Thans nog sporadisch gebruikt voor een vaatje bier.
De inhoud was twee en een halve liter. De aarden of metalen stoop (kruik)
was voorzien van een oor. Nooit van hout of glas. In Vlaanderen kende men de
uitdrukking "Op stopen trekken" voor iemand beetnemen of bedriegen.
Daarvan is de benaming flessentrekker of bedrieger afgeleid. Een stoop was
evenveel als twee MINGELEN of MENGELEN. Een mingel of mengel is een kan,
bevattende een en een achtste liter vocht. Dat kon wijn zijn of bier, maar ook
brandewijn of melk.
Nog kleiner dan de mingele was de PINT. De inhoud was
een halve liter. Enkele rake uitdrukkingen zijn van de pint afgeleid, onder
andere "een pintje pakken". Het tegenwoordig vaak gehoorde
"peentjes zweten" heeft niets te maken
Na een kleine mingele en een pint naar het grote
OKSHOOFD. Waarschijnlijk is deze naam uit Vlaanderen afkomstig en via de
weglating van de "h" veranderd van hokshoofd tot okshoofd. Daarvoor
pleit dat Brugge oorspronkelijk de stapelplaats was voor de wijnhandel en het
woord van Brugge naar het noorden en midden van Europa is overgebracht. Een
okshoofd gaf ruimte aan zes ankers of
Een SCHEPEL was een holle houten schop aan een lange
steel en diende om graan, aardappelen en soms eierkolen op te scheppen. Ook
erwten en bonen. Men kende verschillende schepels en wel de Groninger,
Steenwijker, Zwolse en Amsterdamse schepel, alle enigszins verschillend van
inhoud, meestal een vierde deel van een MUD of
We laten de inhoudsmaten voor wat ze zijn en nemen nu de
lengte- en oppervlaktematen onder de loep. In de eerste plaats de EL, waarvoor
de menselijke onderarm (ellepijp) de grondslag vormde. Vroeger kende men
verschillende plaatselijke eenheden. De el werd bijna uitsluitend in de
manufacturenhandel gebruikt en als vaste lengte werd
Een BUNDER was een oppervlaktemaat, thans gelijk aan een
hectare of
We besluiten met ROE of ROEDE, zowel lengte als
oppervlaktemaat. Ook hier verschil in lengte. Zo onderscheidde men de
Rijnlandse, Amsterdamse, Stichtse, Gelderse en Groningse roede, alle met een
lengte tussen de drie en een half en vier meter. Schertsend zei men wel:
"Hij stinkt zeven roeden in de wind". Als oppervlaktemaat was een
vierkante roede ongeveer
Oudtijds gold een roede ook als inhoudsmaat voor turf.
Dan bevatte een roede ongeveer 450 stuks.